Verslag Recyclingsymposium 2022

vrijdag, 10 december 2021

Met ongeveer 160 inschrijvers was het negende Recyclingsymposium 2021, dat op 16 november tijdens de Recycling Vakbeurs werd gehouden, wederom een goed bezocht evenement. Het overkoepelende thema is: Recycling ontketend. De conclusie die aan het eind van het event getrokken kan worden, is dat vooral de branches zelf het voortouw moeten nemen op het gebied van het vergroten van de circulariteit en zich niet afhankelijk van overheidsmaatregelen moeten opstellen.

 

Na presentaties van Arnold Mulder van de ABN AMRO en Geert Doorlag van Auping, die vooral over de recycling van matrassen gaan, neemt Maikel Kishna van PBL het woord. Hij licht de integrale circulaire economie rapportage (ICER) 2021 toe. Allereerst vertelt hij iets meer over het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en de circulaire economie. ‘Het PBL is de brug tussen beleid, wetenschap en de praktijk. Iedere twee jaar monitoren we samen met zeven andere kennisinstellingen de transitie naar een volledig circulaire economie (CE) in 2050 en de voortgang naar het tussendoel van een halvering van het gebruik van primaire abiotische grondstoffen in 2030.’

 

ICER 2021

Deze eerste Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER 2021) schetst de voortgang van de transitie naar een circulaire economie in Nederland. ‘De ICER geeft zicht op internationale en nationale trends in het grondstoffengebruik en brengt tevens de milieu- en sociaaleconomische effecten in kaart die daaruit volgen’, legt Kishna uit. ‘Bij het grondstoffengebruik gaat het om de hoeveelheid grondstoffen die wordt ingezet en gebruikt, maar het gaat ook om de hoeveelheid afval, die na afdanken van producten en materialen vrijkomt. Daarnaast spelen ook de effecten die het grondstoffengebruik heeft voor bijvoorbeeld klimaat, biodiversiteit en leveringszekerheid een rol. Bij milieueffecten kan worden gedacht aan klimaat, biodiversiteit, emissies naar lucht, bodem en water, toxiciteit, landgebruik en watergebruik. Op het gebied van sociaal economisch zijn de effecten onder meer: leveringsrisico’s banen en gezondheid.’

 

Diverse grondstoffentrends in Nederland gaan volgens het rapport niet de goede kant op. ‘Het hergebruik van grondstoffen daalt nauwelijks, het landgebruik in de productieketen voor Nederlandse consumptie neemt toe. Datzelfde geldt voor de leveringsrisico’s voor diverse grondstoffen. Dit treft vooral de maakindustrie.’ Ook het storten neemt toe en veel nationale afvaldoelen worden niet gehaald. ‘Er zijn veel meer grondstoffen nodig voor Nederlandse economie dan voor de Nederlandse consumptie. Hoogwaardige recycling is een aandachtspunt’, benadrukt Kishna. ‘Monitoring van het transitieproces is nodig om tijdig bij te kunnen sturen.’

 

Transitie in beginfase

Wel ziet hij in Nederland een toename van het aantal bedrijven dat zich bezig houdt met de Circulaire Economie (CE), het aantal publicaties over dit onderwerp en de beschikbare CE-middelen en -opleidingen. ‘De transitie bevindt zich nog in de beginfase. Het aandeel circulaire bedrijven (circa 100.000) in Nederland is met 6 procent beperkt en neemt af. Bovendien functioneert de Nederlandse economie vooral nog lineair’, zegt hij over de knelpunten. ‘Vooral aandacht voor recycling en technologie is heel belangrijk. Hiervoor zijn innovatieve bedrijven en startups, wetenschappelijk onderzoek en projecten en subsidies nodig.’

 

De CE-aanpak vormt de basis van het beleid, besluit Kishna. ‘Dit zorgt voor structuur. Hierbij denk ik aan een gezamenlijke aanpak met bedrijven, overheden en ngo’s. Een intensivering van het beleid is nodig om ambities te realiseren. Hiervoor zijn vier elementen nodig: een uitgewerkte visie en concrete doelen, meer stimulerende en dwingende instrumenten, het beter benutten van bestaande instrumenten om innovatie te bevorderen en een kabinetsbrede aanpak.’

 

Grondstoffenakkoord 2.0

Marieke van der Werf van Droge en Van Drimmelen spreekt over ‘Naar een grondstoffenakkoord 2.0.’ Het uitvoeringsprogramma circulaire economie 2021-2023 geeft volgens haar een goed beeld van waar we momenteel staan. ‘Zoals Maikel Kishna net al aangaf is de doelstelling voor 2030 om 50 procent minder primaire grondstoffen te gebruiken ten opzichte van 2014 en moet er in 2050 een volledig circulaire economie zijn. Er is inmiddels met diverse partijen een basis gelegd en structuur aangebracht voor de transitie naar een Circulaire Economie. Denk daarbij aan veel initiatieven, kennisontwikkeling en vrijwillige afspraken, zoals het Betonakkoord en het Plastic Pact). Verder stimuleert het Versnellingshuis Nederland Circulair ondernemers met hun circulaire strategie en is Nederland koploper het gebruik van secundaire materialen.’

 

Circulariteitsdoelen kunnen verschillend worden geformuleerd, legt Van der Werf uit. ‘Ten eerste voor de input van grondstoffen, ten tweede voor het gebruik van materialen en producten en ten derde voor de output van grondstoffen in de vorm van afval. Door naar een productgroep te kijken in plaats van naar een grondstof of materiaal, is het mogelijk om zicht te krijgen en te sturen op het grondstoffengebruik en de milieueffecten van producten over de gehele levensduur in de gehele productieketen.’

 

Doelen verder uitgewerkt

Met de betrokken partners worden de algemene doelen voor 2030 en 2050 verder uitgewerkt en geconcretiseerd. Van der Werf: ‘De doelen worden per domein vastgesteld, kijkend naar de effecten van verschillende grondstoffenstromen en productgroepen. Daarbij wordt zowel naar de effecten op klimaat en biodiversiteit gekeken als naar de doelen op het gebied van grondstoffen. De bijdrage die een Circulaire Economie levert aan de klimaatopgave wordt inzichtelijk en meetbaar gemaakt.’

 

Er is volgens haar sprake van een wisselwerking tussen klimaat en grondstoffen. ‘Er zijn materialen nodig voor installaties, batterijen, opslag et cetera en aan de andere kant kun je met hergebruik 45 procent van de CO2-reductie richting 2050 realiseren.’

 

Urgentie

Van der Werf benadrukt de urgentie om met de doelstellingen aan de slag te gaan. Daarbij haalt ze een uitspraak aan van Kiki Hagen van de D66: ‘De circulaire economie staat aan het begin. Het is nog te veel onder de radar. Maar met klimaat hebben we gezien dat het snel kan gaan. Nu is er bijna 7 miljard euro voor beschikbaar. Een akkoord vergelijkbaar met het klimaatakkoord zou daar wel bij helpen.’

 

Het Grondstoffenakkoord 2.0 zal ondersteund moeten worden door ketenpartners en de nationale overheid. ‘Er moeten afspraken gemaakt worden over de kwantiteit en kwaliteit opbrengst, de rollen en taken ketenpartners -en het instrumentarium overheid. Net zoals bij het Betonakkoord zullen marktpartijen met het initiatief moeten starten.’

 

Circulair Werken

Tot slot spreken Peter Kreukniet en Derkjan Hooijer van Stichting Insert over Circulair Werken. ‘Samen kunnen we een mooier morgen te creëren door grondstofverspilling vandaag tegen te gaan’, vertellen ze. Om Nederland in 2050 circulair te krijgen gaat het volgens hen om drie punten: slimme ontwerpen, waarvoor minder grondstoffen nodig zijn; bewust gebruik waardoor producten langer mee gaan en meer en beter hergebruik. ‘Oftewel: afval als grondstof.’

 

Insert speelt hierop in door middel van materiaalinventarisaties, de Insert marktplaats, materiaalopslag, circulair advies, specifieke zoekopdrachten en kenniscentrum. ‘De Marktplaats is er voor de sectoren groen, bouw, intra en verplaatsbare gebouwen. Er zijn allerlei categorieën waarin materialen en producten aangeboden kunnen worden, zoals afbouwtimmerwerk, beglazing, behangwerk en vloerbedekking, beplanting, betonwerk, verlichting et cetera.’

 

Op het gebied van advies op maat kan Insert ondersteuning bieden op het gebied van het maken van circulaire keuzes binnen projecten en het koppelen van vraag en aanbod. Ter illustratie noemen Kreukniet en Hooijer de sloopaannemers, die samenwerken in een coöperatie om materialen en producten uit de sloop een tweede leven te geven in de circulaire economie. ‘Het probleem was als volgt: Een sloopaannemers wordt bij sloop eigenaar van de sloopmaterialen. Wegens gebrek aan tijd, innovatiecapaciteit en schaalgrootte is de meest circulaire oplossing vaak niet mogelijk. Daardoor zijn projectoverstijgende oplossingen voor hoogwaardige afzet sloopmaterialen nodig. De sloopaannemers doorlopen parallelle trajecten, die helaas stranden door gebrek aan schaalgrootte.’

 

Coöperatie

Dat is opgelost door de sloopaannemers te laten samenwerken in Coöperatie Insert. ‘Circulaire slopers met een gelijksoortig DNA werken nu samen in de Coöperatie Insert. Voordelen voor de leden zijn: het delen van onderzoekskosten, een gezamenlijke leercurve, een toename van het volume en schaalgrootte waardoor impact kan worden gemaakt, logistieke efficiëntie door landelijke spreiding van sloopaannemers en hubs en het samen ontwikkelen van circulaire materiaalstromen. Dat alles zorgt voor veel innovatie!’

 

Student Recycling Award

Aan het eind van het symposium is het tijd voor de Student Recycling Award. Deze prijs is gewonnen door Hannah Flerlage. Zij versloeg drie mede-finalisten met haar afstudeerverslag over de synthese van hoogwaardige, duurzame en biologisch afbreekbare fosforverbindingen uit afval. In haar afstudeerverslag legt Flerlage de focus op een systeembenadering van de productie van organofosfaat vlamvertragers die geschikt zijn voor de circulaire economie. Ze kreeg de award voor het innovatieve karakter gekoppeld aan praktische haalbaarheid en potentiële impact op de sector. Daarnaast is de jury onder de indruk van de wetenschappelijke en goed onderbouwde uitwerking om brandvertragers op een slimme wijze te synthetiseren en bovendien afbreekbaar en circulair te maken.

 

 

Advertentie