Nieuwe kaders voor metaalrecycling
22 januari 2026
Het Circulair Materialenplan (CMP) is sinds eind 2025 van kracht. Daarmee is het Landelijk Afvalbeheerplan 3 (LAP3) officieel vervallen. Het CMP vormt voortaan het landelijke beleidskader voor de omgang met afvalstoffen en secundaire grondstoffen en sluit aan bij de bredere ambitie om de Nederlandse economie circulair in te richten.
Het plan is vastgesteld door de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en geldt voor overheden, toezichthouders én bedrijven. Waar het LAP3 vooral was gericht op de afvalfase, kijkt het CMP nadrukkelijk naar de gehele materiaalcyclus. Dat betekent dat niet alleen inzameling en verwerking worden meegenomen, maar ook ontwerp, gebruik, hergebruik en hoogwaardige recycling van materialen.
Meer houvast voor vergunningverlening
Voor metaalrecyclers verandert het CMP in de eerste plaats het juridische toetsingskader. Bij vergunningverlening, toezicht en handhaving moeten bevoegde gezagen vanaf nu het CMP toepassen. Het plan bevat landelijke uitgangspunten en minimumstandaarden voor de verwerking van verschillende materiaalstromen, waaronder metalen. Daarmee wordt beoogd om meer uniformiteit te creëren tussen regio’s en om te voorkomen dat lokaal uiteenlopende eisen worden gesteld.
In de praktijk betekent dit dat vergunningaanvragen van metaalrecyclingbedrijven explicieter worden getoetst aan landelijke normen. Tegelijkertijd biedt het CMP meer duidelijkheid over wat als aanvaardbare verwerking wordt gezien, wat voor bedrijven zorgt voor grotere voorspelbaarheid.
Nadruk op hoogwaardige recycling
Een belangrijk uitgangspunt van het CMP is dat recycling zo hoogwaardig mogelijk moet zijn. Niet elke vorm van recycling is automatisch wenselijk; het behoud van materiaalkwaliteit staat centraal. Voor de metaalsector sluit dat aan bij bestaande praktijk, waarin schone, goed gesorteerde metaalstromen steeds belangrijker worden voor afnemers in industrie en maakbedrijven.
Het CMP onderstreept dat metalen waardevolle grondstoffen zijn die zo lang mogelijk in de keten moeten blijven circuleren. Dat kan betekenen dat verwerkingsprocessen, scheidingstechnieken en kwaliteitsborging zwaarder meewegen bij beoordeling door toezichthouders.
Ruimte voor innovatie en experimenten
Ten opzichte van het oude LAP3 biedt het CMP meer expliciete ruimte voor experimenten. Bedrijven krijgen onder voorwaarden mogelijkheden om nieuwe verwerkings- of scheidingstechnieken te testen, zonder direct vast te lopen op bestaande regels. Voor metaalrecyclers kan dit relevant zijn bij de ontwikkeling van technieken voor complexere of samengestelde metaalstromen, zoals restfracties uit elektronica, voertuigen of bouw- en sloopafval.
Deze experimenteerruimte is bedoeld om innovatie te stimuleren, zolang milieu- en veiligheidsbelangen geborgd blijven.
Verschuiving naar de voorkant van de keten
Het CMP kijkt niet alleen naar wat er gebeurt als materialen afval worden, maar ook naar keuzes die eerder in de keten worden gemaakt. Productontwerp, materiaalkeuze en demontage spelen een grotere rol in de beoordeling van circulariteit. Voor metaalrecyclers kan dit betekenen dat zij vaker betrokken raken bij gesprekken met producenten, bijvoorbeeld over ontwerpkeuzes die latere recycling vergemakkelijken.
Daarmee verschuift de rol van de metaalrecycler geleidelijk van eindverwerker naar ketenpartner.
Wat betekent dit concreet voor de sector?
Vanaf 2026 krijgen metaalrecyclingbedrijven te maken met:
- toepassing van het CMP bij nieuwe en bestaande vergunningen;
- meer aandacht voor kwaliteit en bestemming van recyclaten;
- duidelijkere landelijke kaders in plaats van regionale verschillen;
- extra kansen voor innovatie binnen vastgestelde randvoorwaarden.
Het CMP verandert daarmee niet van de ene op de andere dag de dagelijkse praktijk, maar zet wel een nieuwe richting uit. Voor de metaalrecycler betekent dat enerzijds scherpere aandacht voor kwaliteit en verantwoording, en anderzijds meer erkenning van de sector als onmisbare schakel in de circulaire economie.
Foto: Archief Schrootkrant