Nederland mist grootschalige recycling Li-ion batterijen

01 september 2026

Nederland is sterk in het inzamelen, vervoeren en voorbehandelen van lithium-ionbatterijen, maar de daadwerkelijke terugwinning van waardevolle grondstoffen blijft achter. Grootschalige installaties voor de raffinage van black mass ontbreken. Vooral de beperkte volumes, hoge energiekosten, netcongestie en lange vergunningprocedures staan verdere opschaling in de weg, blijkt uit onderzoek van TNO.

TNO onderzocht de kansen en knelpunten voor batterijrecycling in Nederland. Recycling wordt steeds belangrijker om de beschikbaarheid van kritieke grondstoffen veilig te stellen. In Li-ionbatterijen zitten onder meer lithium, kobalt en nikkel, grondstoffen die opnieuw kunnen worden ingezet bij de productie van batterijen.

Nederland heeft volgens TNO een goede uitgangspositie in het eerste deel van de recyclingketen. De inzameling, logistiek en voorbehandeling van afgedankte batterijen zijn relatief goed ontwikkeld. Daarna ontstaat echter een gat in de keten.

Black mass gaat naar buitenland

Nederland beschikt momenteel niet over operationele grootschalige installaties voor de raffinage van black mass. Dit materiaal ontstaat na de voorbehandeling van lithium-ionbatterijen en bevat waardevolle metalen die verder kunnen worden teruggewonnen.

Omdat deze raffinagecapaciteit ontbreekt, wordt black mass naar het buitenland geëxporteerd voor verdere verwerking. Daarmee verdwijnen niet alleen kritieke grondstoffen uit Nederland, maar ook een belangrijk deel van de economische waarde die met de terugwinning ervan kan worden gecreëerd.

Volgens TNO beperkt dit zowel de binnenlandse waardecreatie als de strategische autonomie. Juist het terugwinnen van lithium, kobalt en nikkel kan bijdragen aan het verminderen van de afhankelijkheid van primaire grondstoffen uit andere delen van de wereld.

Te weinig batterijen voor grote installatie

Een belangrijk obstakel voor nieuwe recyclingcapaciteit is de hoeveelheid beschikbaar materiaal. Een industriële installatie voor de raffinage van black mass heeft naar schatting ongeveer 10.000 ton input per jaar nodig.

De Nederlandse stromen liggen daar nog ver onder. Via Auto Recycling Nederland (ARN) werd in 2025 ongeveer 430 ton batterijen uit elektrische voertuigen ingezameld. Stichting OPEN rapporteerde voor 2024 daarnaast een inzameling van circa 400 ton batterijen uit elektrische fietsen.

Zelfs deze twee stromen samen zijn dus nog geen tiende van de hoeveelheid die een industriële raffinage-installatie jaarlijks nodig heeft.

Dat maakt investeringen in grootschalige Nederlandse recyclingcapaciteit lastig. Om voldoende materiaal voor een installatie veilig te stellen, zijn aanvullende stromen nodig. TNO noemt onder meer afnameovereenkomsten met batterijfabrieken, waardoor productieschroot als grondstof voor recyclers beschikbaar kan komen.

Ook vraag naar recyclaat beperkt

Niet alleen aan de aanbodkant bestaat een probleem. Ook de Nederlandse vraag naar teruggewonnen batterijmaterialen is relatief klein. Nederland kent nauwelijks grootschalige batterijproductie en daarmee ontbreekt een omvangrijke binnenlandse afzetmarkt voor gerecycled lithium, kobalt en nikkel.

Voor Nederlandse recyclingbedrijven wordt aansluiting bij de Europese markt daarom belangrijk. Langlopende afnameovereenkomsten en strategische samenwerkingen met bedrijven elders in Europa kunnen meer zekerheid bieden over zowel de aanvoer van materiaal als de verkoop van teruggewonnen grondstoffen.

Daarmee is de ontwikkeling van batterijrecycling volgens TNO niet alleen een technisch vraagstuk. De verschillende onderdelen van de keten moeten voldoende op elkaar aansluiten om investeringen rendabel te kunnen maken.

Vergunning kan vijf jaar duren

Ook energie en vergunningverlening vormen belangrijke obstakels. Batterijrecycling is energie-intensief, terwijl Nederlandse bedrijven te maken hebben met hoge energiekosten en beperkte toegang tot het elektriciteitsnet door netcongestie.

Daar komen lange vergunningprocedures bij. Volgens TNO kunnen deze procedures twee tot vijf jaar duren. Dat zorgt voor onzekerheid bij investeerders en kan de ontwikkeling van nieuwe recyclingcapaciteit aanzienlijk vertragen.

Nieuwe, duurzamere en kostenefficiëntere recyclingtechnologieën kunnen een deel van deze problemen verminderen. Alleen technologische ontwikkeling is volgens het onderzoeksinstituut echter onvoldoende om in Nederland een volwaardige batterijrecyclingindustrie op te bouwen.

Hele keten moet meegroeien

Daarvoor is een bredere systeemverandering nodig. De beschikbaarheid van afgedankte batterijen en productieschroot, de vraag naar gerecyclede materialen, regelgeving, vergunningverlening, energie-infrastructuur en industriële ontwikkeling moeten meer in samenhang worden bekeken.

TNO ziet onder meer mogelijkheden in het vergroten en zekerstellen van materiaalstromen, het versnellen van vergunningprocedures en het creëren van stabielere marktomstandigheden. Ook een betere aansluiting op Europese materiaal- en afzetmarkten is belangrijk.

Zonder dergelijke maatregelen dreigt Nederland vooral een rol te houden als logistieke schakel in de batterijrecyclingketen. Batterijen worden dan hier ingezameld en voorbehandeld, waarna de materialen voor de meest waardevolle stappen in het recyclingproces naar het buitenland verdwijnen. Om een grotere rol te krijgen in de Europese circulaire batterijeconomie zal Nederland juist die ontbrekende stap naar grootschalige materiaalterugwinning moeten zetten.