E-wastesector vreest strengere regels voor transport binnen EU

01 september 2026

Niet-gevaarlijk elektronisch afval moet ook na 1 januari 2027 via een vereenvoudigde procedure tussen EU-lidstaten kunnen worden vervoerd. Daarvoor pleiten partijen uit de Europese e-wasteketen. Zij vrezen dat nieuwe transportregels leiden tot hogere kosten, vertraging en extra administratie en daarmee juist de Europese recycling van elektronica en terugwinning van kritieke grondstoffen bemoeilijken.

De oproep heeft betrekking op de Europese Waste Shipment Regulation (EU) 2024/1157. Vanaf 2027 dreigt voor het grensoverschrijdend vervoer van e-waste binnen de Europese Unie op grotere schaal de zogenoemde Prior Informed Consent-procedure (PIC) te gaan gelden.

De sector vindt zo’n procedure terecht voor gevaarlijke afvalstoffen en transporten met een hoger milieurisico, maar te zwaar voor niet-gevaarlijk elektronisch afval dat binnen de EU naar erkende installaties voor nuttige toepassing wordt vervoerd.

Daarom wordt de Europese Commissie gevraagd om voor deze stromen ook na 1 januari 2027 een zogenoemde green-listprocedure mogelijk te maken.

Schroot moet naar gespecialiseerde verwerker

Elektronisch afval is volgens de initiatiefnemers niet alleen een afvalstroom, maar steeds nadrukkelijker een bron van secundaire grondstoffen. Uit afgedankte apparaten kunnen onder meer metalen en kritieke grondstoffen worden teruggewonnen voor de Europese digitale industrie, cleantechsector en andere industriële toepassingen.

Daarvoor moeten afvalstromen wel naar de juiste verwerkingsinstallaties kunnen worden vervoerd. Niet iedere lidstaat beschikt over gespecialiseerde capaciteit voor iedere soort e-waste of voor het terugwinnen van specifieke materialen.

Grensoverschrijdend vervoer is daardoor een belangrijk onderdeel van de Europese recyclingketen. Een goed functionerende interne markt voor secundaire grondstoffen vraagt volgens de sector om voorspelbare en efficiënte materiaalstromen tussen lidstaten.

PIC brengt extra verplichtingen mee

Bij toepassing van de PIC-procedure moet vooraf toestemming worden verkregen voor een afvaltransport. De procedure brengt daarnaast administratieve verplichtingen en financiële garanties met zich mee.

Voor risicovolle afvalstromen biedt dat extra controle. De e-wastesector vindt het echter buitenproportioneel om dezelfde systematiek toe te passen op niet-gevaarlijke stromen die binnen Europa aantoonbaar en onder gecontroleerde omstandigheden worden verwerkt.

De gevolgen kunnen volgens de initiatiefnemers aanzienlijk zijn. Transporten kunnen duurder worden en langer onderweg zijn voordat ze daadwerkelijk mogen plaatsvinden. Recyclingbedrijven en andere ketenpartijen krijgen bovendien te maken met extra administratie en financiële verplichtingen.

Dat kan juist een belemmering vormen voor bedrijven die investeren in gespecialiseerde recycling- en terugwinningstechnologie.

Tegenstrijdig met Europese ambities

De sector ziet daarin een tegenstelling met ander Europees beleid. Brussel wil de eigen recycling- en remanufacturingcapaciteit uitbreiden en Europa minder afhankelijk maken van primaire en kritieke grondstoffen uit derde landen.

Daarvoor is niet alleen voldoende recyclingcapaciteit nodig. Secundaire grondstoffen en afvalstromen moeten ook efficiënt bij die capaciteit terecht kunnen komen.

Wanneer het vervoer van niet-gevaarlijke e-waste tussen EU-landen vanaf 2027 ingewikkelder en duurder wordt, kan dat volgens de sector de ontwikkeling van circulaire waardeketens juist afremmen. Ook de investeringszekerheid voor recyclingbedrijven kan erdoor afnemen.

Een recyclinginstallatie kan immers afhankelijk zijn van aanvoer uit meerdere lidstaten om voldoende schaal te bereiken. Nationale grenzen sluiten niet automatisch aan bij de locaties waar specifieke materialen het meest efficiënt kunnen worden teruggewonnen.

Green list als tussenweg

De sector stelt daarom een aparte green-listingroute voor niet-gevaarlijke e-waste voor. Daarmee zouden deze afvalstromen onder een lichter transportregime blijven vallen, zonder dat de eisen rond traceerbaarheid en milieubescherming verdwijnen.

Volgens de initiatiefnemers ontstaat daarmee een betere verhouding tussen het milieurisico van een transport en de administratieve eisen die eraan worden gesteld.

Tegelijk kunnen toezichthouders hun capaciteit sterker richten op transporten waar de risico’s daadwerkelijk groter zijn, zoals illegale afvaltransporten, gevaarlijke afvalstoffen en andere risicovolle stromen.

Kritieke grondstoffen behouden

De discussie raakt daarmee ook aan de Europese grondstoffenpolitiek. Afgedankte elektronica bevat materialen die opnieuw binnen Europese productieketens kunnen worden ingezet. Hoe beter die materialen kunnen worden teruggewonnen, hoe kleiner de afhankelijkheid van geïmporteerde primaire grondstoffen kan worden.

De e-wastesector wil daarom dat de Waste Shipment Regulation niet onbedoeld een barrière vormt voor de circulaire grondstoffenmarkt die de EU met ander beleid juist probeert te ontwikkelen.

Het handhaven van een vereenvoudigde green-listprocedure voor niet-gevaarlijke e-waste na 1 januari 2027 moet ervoor zorgen dat dergelijke stromen efficiënt bij gespecialiseerde Europese recyclingbedrijven terecht kunnen blijven komen. Daarmee wordt grensoverschrijdend afvaltransport volgens de sector niet alleen een kwestie van toezicht, maar ook een randvoorwaarde voor een Europese markt voor secundaire grondstoffen.