Voorstel voor een nieuw verdienmodel

maandag, 11 december 2017

In de metaalrecycling komen steeds meer branden voor. Een groot deel daarvan lijkt te komen door lithium batterijen die bij beschadiging spontaan kunnen ontbranden. Hoe kan dit probleem worden opgelost? Vakkrant Schroot! organiseerde in samenwerking met de MRF een ronde tafeldiscussie over dit onderwerp. Hierbij werd ook gesproken over een financiële vergoeding aan niet WEEELABEX-gecertificeerde recyclingbedrijven die e-waste doorleveren aan gecertificeerde collega’s.

Door Wendy Noordzij

Aan tafel zitten de volgende deelnemers: Jules Wilhelmus (MRF), Peter Versteeg, vicevoorzitter van de MRF en managing director van Euro-Scrap, Mark Wanders, directeur operations en consultancy van Weee Nederland, Mark Tilstra, operationeel directeur van Wecycle, en André Habets van de Nederlandse Verwijdering Metalelektro Producten (NVMP). Deze vereniging is namens 1.700 producenten en importeurs opdrachtgever voor het inzamelen en recyclen van afgedankte elektr(on)ische apparatuur en energiebesparende verlichting. Wecycle voert dat uit. Weee Nederland is producentencollectief en uitvoeringsorganisatie.

Versteeg start de discussie met een schets van de problematiek. ‘Er komen in de afvalverwerkende- en recyclingindustrie steeds meer branden voor. Deze kunnen verschillende oorzaken hebben, maar we merken dat vooral de lithium batterijen voor grote problemen zorgen.’ De oorzaken van brand zijn vaak lastig te herleiden, weet Versteeg. ‘Zeker als het om brand in een grote hoop materiaal gaat.’ Ook is het moeilijk om cijfers te achterhalen, want niet alle branden – zeker als het vuur snel onder controle is- worden gemeld. Maar er is in heel Europa een duidelijke toename te zien en we maken ons hier grote zorgen over. Doordat er steeds meer apparaten met lithium batterijen op de markt komen en de batterijen ook steeds krachtiger worden, wordt het probleem alsmaar groter.’

De problematiek treft volgens hem niet alleen de bedrijven die met de branden te maken krijgen, maar de totale branche. ‘Door de grote hoeveelheid branden, verhogen de verzekeringen hun premies of willen ze aanvullende eisen stellen met betrekking tot preventieve maatregelen. Als MRF vinden we het onze plicht om te kijken hoe we de branden in de toekomst kunnen voorkomen en het probleem de wereld uit kunnen helpen. Maar daar hebben we hulp bij nodig!’

Spontane ontbranding
Tilstra knikt instemmend. Als operationeel directeur van Wecycle weet hij hoe gevaarlijk de lithium batterijen, die onder meer in mobiele telefoons en e-bikes gebruikt worden, kunnen zijn. ‘Als de batterijen stabiel zijn, dan is er niets aan de hand. Maar bij interne kortsluiting kunnen ze spontaan ontbranden.’ Een kortsluiting kan ontstaan als de batterij intern onder druk komt te staan, legt hij uit. ‘Dat brengt in de batterij een kettingreactie op gang. Door een chemische reactie ontstaat hitte en kan de batterij ontbranden. Hierbij gaat het om een kleine vuurhaard, maar in combinatie met bijvoorbeeld kunststof kunnen zeer grote branden ontstaan.’ Wanders vult aan: ‘Bij een beschadigde lithium batterij is één druppel vocht al voldoende om tot een steekvlam te komen.’

Goede scheiding aan de bron
Om het probleem op te lossen, is een goede scheiding van e-waste aan de bron essentieel, benadrukt Tilstra. ‘Het is belangrijk dat de batterijen op een goede manier worden vervoerd. Dus op de plek waar de eerste bewerkingsslag plaatsvindt, moeten de batterijen en het product van elkaar worden gescheiden. Als eerste denk ik daarbij aan de gemeentelijke milieustraten. Daar zou de eerste scheiding plaats moeten vinden. Een goede instructie van de medewerkers van de milieustraat speelt daarbij een belangrijke rol, net als het faciliteren van de consument met veel inleverpunten .’
Habets knikt bevestigend. ‘Wij doen niet anders dan voorlichting geven aan consumenten en nog altijd heeft dat onvoldoende effect. We zijn al heel lang en heel intensief bezig om mensen ervan bewust te maken dat ze hun afval gesorteerd moeten inleveren, maar ondanks alle voorlichting maakt nog een groot deel van de bevolking geen gebruik van de inleverpunten. Op de één of andere manier komt onze boodschap maar niet over.’

Rol weggelegd voor gemeenten
Hij vindt het juist heel belangrijk dat de gemeenten hier een duidelijke rol in te laten spelen. ‘Ik vind dat burgers verplicht moeten worden om het afval gescheiden in te leveren. Maar aangezien er geen controle plaats vindt, vinden de gemeenten het dus blijkbaar goed dat men klein e-waste in de grijze container gooit.’
Habets merkt dat de aanpak per gemeente verschilt. ‘In Tilburg wordt bijvoorbeeld veel beter op het scheiden van afval gelet dan in Amsterdam.’ Hoe kun je als gemeente dan het beste controleren?, wil Wilhelmus weten. ‘In Tilburg zet men heel erg in op handhaving’, legt Habets uit. ‘Daarbij wordt wel eens een vuilniszak open gemaakt. Daarbij gaat het niet alleen om batterijen, maar bijvoorbeeld ook om flessen en kunststofverpakkingen. Als er gecontroleerd wordt, dan heeft dat zeker een versterkend effect.’

Grijs circuit
Het is belangrijk om grip te krijgen op de stromen e-waste, benadrukt Wanders. Wij moeten hier de inzameldoelstelling halen: 65 procent moet in 2019 worden ingezameld. Nog steeds komt meer dan 25 procent in het grijze circuit terecht. Daarom vind ik het erg belangrijk om de burger er attent op te maken om geen klein elektronisch afval meer in de container te gooien of de batterijen voor het weggooien te verwijderen.’ Ook de milieustraat zou volgens hem actief iets moeten doen om zo veilig mogelijk in te zamelen.

‘In ons sorteercentrum worden direct alle batterijen uit de apparaten gehaald en wordt alles apart opgeslagen’, legt Tilstra uit. Dat geldt ook voor de sorteercentra van Weee Nederland. ‘Maar bij de milieustraat gaat het vaak mis.’ Versteeg knikt instemmend. ‘Er staan daar grote bakken voor het oud-ijzer. Als men daar een elektrische fiets in gooit, dan wordt dit niet altijd door de medewerkers gecontroleerd. Wij halen de bakken op en vervolgens liggen de fietsen inclusief de gevaarlijke batterijen dus bij ons op het terrein in het reguliere materiaal.’

‘Het is echt schandalig dat dit bij de milieustraat niet altijd wordt gecontroleerd’, zegt Habets boos. ‘De gemeenten hebben een belangrijke taak en laten op dit gebied veel liggen. Een goede instructie en training van de medewerkers van de verschillende milieustraten lijkt me hard nodig. Mijn advies is om te proberen met de gemeenten tot een akkoord te komen om de draadloze apparatuur en hun accu’s direct van elkaar te scheiden. En dit zou ook gecommuniceerd moeten worden op de ophaalschema’s die de inwoners één keer per jaar ontvangen. Hierin wordt soms geen woord gerept over de inzameling van e-waste. Ik vind dat belachelijk!’

Fluorescerende kleuren
Ook is het volgens Versteeg nuttig om eens naar de ontwerpkant te kijken van apparaten met lithium batterijen. ‘In Nederland wordt maar een fractie van alle producten gemaakt. Voor de meeste geldt dus dat we daar kunnen we geen invloed op uit oefenen’, reageert Habets. ‘Het probleem kun je niet elimineren door de ontwerpers aan te spreken.’ Daar is Versteeg het niet mee eens. ‘Als je de batterij van bijvoorbeeld een fiets een fluorescerende oranje kleur geeft, dan pas je niets aan het ontwerp aan, maar zorg je er wel voor dat de batterij opvalt en gemakkelijker te scheiden is. Ik denk dat dit zeker zou meehelpen.’

Het grootste resultaat zit in de handeling zelf, vindt Tilstra. ‘Dus het direct scheiden van batterij en apparaat bij de bron en vervolgens de batterijen inleveren bij gecertificeerde bedrijven. Maar lang niet iedereen doet dat. Er komt ook veel materiaal bij niet-gecertificeerde bedrijven terecht. Deze stroom ligt buiten de invloedsfeer en dat maakt het erg lastig om het probleem op te lossen.’

Niet-gecertificeerde verwerkers
Een ander probleem is dat een forse stroom e-waste niet altijd de gecertificeerde verwerkers bereikt, signaleert Wanders. ‘Formeel mogen niet-gecertificeerde bedrijven geen scrap met e-waste verwerken. Maar toch gebeurt dat soms. Daarom is het belangrijk om als sector aan de bel te trekken en boetes in te stellen voor mensen of bedrijven die batterijen die groter zijn dan 8 centimeter niet separaat inleveren. Als deze controle in de hele keten, dus ook in de milieustraten, plaatsvindt, dan kunnen we het probleem tackelen.’
Versteeg: ‘Zeker na de laatste onderzoeken, zijn we heel actief bezig om onze leden te adviseren wat ze wel en niet mogen verwerken en we zien dat er grote stappen worden gemaakt, hoewel de milieuwinst voor veel collega’s niet altijd helder is’.

Handhaving
‘We worden geconfronteerd met een vaststaand feit, vult Tilstra aan. ‘We kunnen niet alle stromen controleren. Er moet meer aandacht worden besteed aan het materiaal dat op de markt wordt gebracht. Er worden steeds meer producten geïmporteerd die van inferieure kwaliteit zijn en die qua ontwerp en bescherming een groter risico lopen om te ontbranden. Hoe kun je daar grip op krijgen? In mijn ogen ligt de oplossing bij handhaving.’
‘Een belangrijke rol is, zoals gezegd, weggelegd voor de gemeenten. Maar ook de retail kan hierbij een rol spelen. Winkeliers kunnen hun klanten adviseren om het apparaat in de toekomst weer in te leveren waar het is gekocht. Een goede voorlichting op de plaats van aankoop is dus belangrijk.’ Maar aan de andere kant is het ook de retail, die de opgehaalde apparaten doorschuift naar de kleine opkopers, weet Habets. ‘Het gaat om behoorlijke stromen. Volgens mij komt het bijvoorbeeld regelmatig voor dat garantieproducten in één keer worden opgekocht en opgehaald.’

Vergoeding
Versteeg vindt dat er bij de inzameling van E-waste ook een rol weggelegd zou moeten zijn voor niet gecertificeerd recyclers die e-waste wel mogen innemen maar niet mogen verwerken. ‘Certificering is duur. Daardoor kunnen alleen grote en middelgrote bedrijven zich certificeren en is dit voor kleinere bedrijven niet mogelijk, maar zouden een goede rol kunnen vervullen als inzamelaar. Ze kunnen vervolgens de e-waste aan gecertificeerde recyclers leveren. Zij moeten gestimuleerd worden dit dan ook zonder uitzondering te doen. Het is daarom belangrijk dat er een vergoeding komt, want er komt werk bij kijken en bovendien wordt er ruimte op het terrein beschikbaar gesteld.’ ‘Wij betalen de gemeente ook een vergoeding. Het zou niet meer dan redelijk zijn als dat ook met e-scrap gebeurt’, antwoordt Habets direct. ‘Het zou dan gaan om het scheiden van het materiaal en het afgeven aan gecertificeerde bedrijven. Voor het verantwoord werken ontvangt men dan per kilo een vergoeding. Daarbij gaat het om een honderd procent afgifte, net zoals met gemeenten is afgesproken. Het is dus alles of niets.’ Versteeg reageert enthousiast: ‘Die uitgestoken hand nemen we zeker aan. We zullen met een voorstel komen over hoe onze leden en ook de andere bedrijven in de sector een aantal verplichtingen kunnen aangaan.’

Advertentie